Startdocument project V2514: Verkenning Blokverwarming

Binnen dit project wordt gebruikgemaakt van onder meer gegevens uit de Tijdelijke Tegemoetkoming Blokaansluitingen (TTB) om beter in beeld te krijgen waar er sprake is van blokverwarming.

Het probleem

Een effectieve warmtetransitie vereist een goed inzicht in de hoofdverwarmingsinstallaties van woningen op objectniveau. Deze informatie is essentieel om te kunnen bepalen welke woningen in de toekomst aardgasvrij kunnen worden gemaakt.

Woningen beschikken over een individuele verwarmingsinstallatie of zijn aangesloten op een collectieve warmtevoorziening. Bij collectieve systemen kan het gaan om blokverwarming of stadsverwarming, die beide warmte leveren aan meerdere woningen via een gedeeld netwerk, maar verschillen in schaal en organisatie.

Bij blokverwarming voorziet een centrale ketel één gebouw of een kleinschalig woningblok van warmte. De installatie is vaak in eigendom van een verhuurder of een Vereniging van Eigenaren (VvE) en wordt doorgaans gestookt op gas of gevoed door een gezamenlijke warmtepomp.

Stadsverwarming maakt daarentegen gebruik van restwarmte van industriële bronnen – zoals fabrieken, energiecentrales of afvalverbrandingsinstallaties – en transporteert deze via een regionaal netwerk naar verschillende gebouwen of wijken. Dit systeem wordt beheerd door een externe warmteleverancier.

Blokverwarming is daarmee een lokaal en kleinschalig systeem, terwijl stadsverwarming regionaal en grootschaliger van aard is.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert diverse statistieken waarin informatie over hoofdverwarmingsinstallaties, waaronder blokverwarming, een belangrijke rol speelt. Tot op heden beschikt het CBS echter niet over datasets waarmee collectieve aansluitingen voor blok- of stadsverwarming eenduidig kunnen worden geïdentificeerd.

Voor woningen zonder individuele gasaansluiting wordt momenteel gebruikgemaakt van ondersteunende informatie, zoals postcodelijsten van stadswarmtegebieden, GIS-analyses en handmatig samengestelde lijsten van wooncomplexen met vermoedelijke blokverwarming. Hierbij vormt vooral de bepaling van het aantal aangesloten woningen een aandachtspunt.

In de huidige verwerkingsketen wordt op basis van de aanwezigheid van een grotere gaslevering per pand bepaald of een woning wordt geclassificeerd als aangesloten op blokverwarming of stadsverwarming. Deze werkwijze kent echter een aanzienlijke foutmarge.

Informatie over de ligging en aard van woningen met blokverwarming is beleidsmatig relevant, omdat deze woningen relatief eenvoudig aardgasvrij kunnen worden gemaakt: het collectieve warmtenet binnen het gebouw is reeds aanwezig. Om die reden is het van belang dat het CBS in de microdatabestanden een betrouwbaardere afbakening kan maken tussen blok- en stadsverwarming. Dit draagt direct bij aan de kwaliteit van bestaande energiestatistieken van woningen.

De oplossing

Binnen dit project wordt gebruikgemaakt van onder meer gegevens uit de Tijdelijke Tegemoetkoming Blokaansluitingen (TTB) om beter in beeld te krijgen waar er sprake is van blokverwarming.

De Tijdelijke Tegemoetkoming Blokaansluitingen was een eenmalige compensatieregeling van de Nederlandse overheid uit 2023, gericht op huishoudens achter collectieve energieaansluitingen zonder individueel energiecontract. Omdat deze huishoudens niet profiteerden van het energieprijsplafond, ontvingen zij via de TTB een forfaitaire bijdrage ter compensatie van de gestegen energiekosten.

De regeling bereikte circa 700.000 huishoudens. De contracthouder van de aansluiting – veelal een verhuurder, woningcorporatie of VvE – diende de aanvraag in en verdeelde de compensatie onder de bewoners. Zowel zelfstandige woonruimten (appartementen) als onzelfstandige woonruimten (kamers) kwamen in aanmerking.

De gegevens die de Belastingdienst heeft verzameld in het kader van deze regeling zullen door het CBS worden opgevraagd bij de bronhouder (Belastingdienst/Ministerie van Financiën) ten behoeve van dit pilotproject.

Dit project biedt de mogelijkheid om de kwaliteit van CBS-data over collectieve verwarmingssystemen substantieel te verbeteren. De TTB-gegevens maken het beter mogelijk om blokverwarming en stadsverwarming te onderscheiden en correct toe te wijzen.

Hoewel het om een eenmalig bestand uit 2023 gaat, wordt verwacht dat de inzichten uit dit project leiden tot structurele kwaliteitsverbeteringen in de reguliere productieprocessen rondom de identificatie van collectieve aansluitingen.

Betrokken partijen

Het CBS is projectleider en uitvoerder van dit project.

Output en deadline – wat levert het op en wanneer?

De output van dit project is een inhoudelijke verbetering van reguliere CBS energiestatistieken van woningen (kwalitatief betere cijfers over de hoofdverwarmingsinstallatie van woningen). Deze verbeteringen kunnen begin 2026 worden doorgevoerd in de productiestraat voor deze statistieken en zullen in de definitieve cijfers voor verslagjaar 2024 verwerkt zijn.

Communicatie

De concrete resultaten van dit project zullen in de vorm van een beknopt eindrapport worden gepresenteerd.

Mogelijke obstakels

Beschikbaarheid en kwaliteit van de TTB gegevens zijn cruciaal voor het slagen van dit project.

No Go’s – Niet doen

Dit project richt zich nadrukkelijk op gasgestookte blokverwarming bij woningen en niet op stadswarmtewoningen, waar tevens collectieve warmteaansluitingen voorkomen.

Afbeeldingen

Cookie-instellingen